ECLI:NL:GHSGR:2010:BN4487
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Van Dijk
- Mertens-de Jong
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Turks huwelijksvermogensrecht op huwelijksgoederengemeenschap
In deze zaak stond centraal welk recht van toepassing is op het huwelijksvermogensregime van partijen: Turks recht of Nederlands recht. De vrouw stelde dat vanwege de sterke band met Nederland het Haags Huwelijksvermogensverdrag van 1978 toegepast had moeten worden, waardoor Nederlands recht van toepassing zou zijn. De man betwistte dit en hield vast aan het Chelouche/Van Leer-criterium, dat uitgaat van het recht van het land waar het huwelijk is gesloten.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat Turks recht van toepassing is en dat er geen huwelijksgoederengemeenschap bestaat die verdeeld kan worden. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep, maar het hof beperkte zich tot de rechtsvraag omtrent het toepasselijke huwelijksvermogensrecht. Het hof overwoog dat de door de vrouw aangevoerde omstandigheden, zoals het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit en het in Nederland opgebouwde vermogen, niet zwaar genoeg wogen om af te wijken van de objectieve verwijzingsregel.
Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en bevestigde dat het huwelijksvermogensregime onder Turks recht valt, waardoor geen te verdelen huwelijksgoederengemeenschap bestaat. De zaak werd behandeld in het kader van internationaal privaatrecht en personen- en familierecht.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat Turks recht van toepassing is en wijst het verzoek tot verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap af.