ECLI:NL:GHSGR:2010:BN4694
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Raadkamer
- S.J.A.M. van Gend
- B. van Walderveen
- P.H. Holthuis
- Rechtspraak.nl
Schorsing bevel eerste verlenging voorlopige hechtenis ter uitvoering onherroepelijke gevangenisstraf
In deze zaak verzocht de verdachte via zijn raadsvrouw om schorsing van het bevel tot eerste verlenging van voorlopige hechtenis, zodat hij de onherroepelijke gevangenisstraf in een andere zaak kon ondergaan. Volgens artikel 5 lid Pro 1a EVRM is de vrijheidsbeneming door uitvoering van een onherroepelijke straf doorgaans minder ingrijpend dan voorlopige hechtenis (artikel 5 lid Pro 1c EVRM).
De raadkamer van het gerechtshof 's-Gravenhage oordeelde dat er geen reden was om van dit uitgangspunt af te wijken en wees het verzoek toe. De voorlopige hechtenis werd geschorst onder strikte voorwaarden, waaronder medewerking aan oproepen, geen nieuwe strafbare feiten plegen en geen ontduiking van de tenuitvoerlegging.
De beschikking van de rechtbank Rotterdam die het verzoek tot schorsing had afgewezen, werd vernietigd. De schorsing ging in op 9 juli 2010 om 14.00 uur en geldt zolang de onherroepelijke gevangenisstraf wordt uitgevoerd. Hiermee wordt het doel van voorlopige hechtenis, het voorkomen van ontsnapping, op minder ingrijpende wijze bereikt.
Uitkomst: Het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte is geschorst onder voorwaarden om de uitvoering van de onherroepelijke gevangenisstraf mogelijk te maken.