ECLI:NL:GHSGR:2010:BN4836
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.V. van den Berg
- M.C.M. van Dijk
- S.J. Schaafsma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen tussenvonnis over appelverbod in civiele zaak
In deze civiele procedure vorderden geïntimeerden de verdeling van gemeenschappen van onroerende zaken. Appellanten kwamen in hoger beroep tegen een tussenvonnis van de rechtbank dat het appelverbod tegen een eerder vonnis had opgeheven.
De rechtbank had het appelverbod opgeheven omdat het risico op onnodige kosten te groot werd geacht indien het appelverbod zou blijven bestaan. Appellanten stelden dat dit onjuist was en voerden één grief aan tegen dit tussenvonnis.
Het hof oordeelde dat het vonnis van de rechtbank een tussenvonnis betreft waartegen ingevolge artikel 337 lid 2 Rv Pro geen tussentijds hoger beroep mogelijk is, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn die hier niet aan de orde zijn. Daarom verklaarde het hof appellanten niet-ontvankelijk.
Daarnaast overwoog het hof dat het procesbeleid van de rechtbank om tussentijds hoger beroep toe te laten geen motivering behoeft en dat de vraag of een andere partij tijdig hoger beroep had ingesteld buiten beschouwing kon blijven.
Het hof veroordeelde appellanten in de kosten van het hoger beroep, die aan de zijde van geïntimeerden nihil werden begroot.
Uitkomst: Appellanten worden niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep tegen het tussenvonnis dat het appelverbod opheft.