ECLI:NL:GHSGR:2010:BN5104
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wrakingsverzoek voorzieningenrechter rechtbank Rotterdam
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van [Appellante] tegen de beschikking van de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam, waarin haar verzoek tot wraking van de voorzieningenrechter is afgewezen. [Appellante] stelde dat de voorzieningenrechter partijdig en vooringenomen was, onder meer door onheus gedrag tijdens de zitting en het bespreken van de zaak met een collega voorafgaand aan de zitting.
De wrakingskamer wees het verzoek af en verklaarde [Appellante] niet-ontvankelijk in een aanvullend wrakingsverzoek. Vervolgens stelde [Appellante] beroep in hoger beroep en verzocht om doorbreking van het rechtsmiddelenverbod op grond van artikel 39 lid 5 Rv Pro, vanwege schending van essentiële procesvormen en het ontbreken van een eerlijke en onpartijdige behandeling.
Het hof oordeelde dat [Appellante] door onduidelijke en misleidende berichtgeving van de rechtbank niet in de gelegenheid was gesteld om te worden gehoord tijdens de wrakingszitting, hetgeen een schending van essentiële vormen oplevert. Daarom werd het rechtsmiddelenverbod doorbroken en de mondelinge behandeling heropend. Partijen werd opgedragen relevante stukken tijdig in te dienen. De verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: Het hof doorbreekt het rechtsmiddelenverbod en heropent de mondelinge behandeling van het hoger beroep tegen het wrakingsverzoek.