ECLI:NL:GHSGR:2010:BN5483
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Bouritius
- Van Leuven
- Linsen-Penning de Vries
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontheffing ouderlijk gezag in belang minderjarige pleegzorg
In deze zaak staat de ontheffing van het ouderlijk gezag over een minderjarige centraal, die sinds 2005 in een pleeggezin verblijft. De ouders oefenden tot de beschikking gezamenlijk het gezag uit. De rechtbank had hen ontheven van het gezag en Jeugdzorg tot voogd benoemd. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen deze beschikking.
De moeder voert meerdere grieven aan, waaronder procedurele bezwaren over de samenstelling van de rechterlijke kamer en inhoudelijke bezwaren over de ongeschiktheid van de ouders. De raad voor de kinderbescherming en Jeugdzorg stellen dat de ouders ongeschikt zijn en dat terugplaatsing niet haalbaar is, waardoor ontheffing noodzakelijk is voor het belang van de minderjarige.
Het hof stelt vast dat de doelen die de ouders en Jeugdzorg hebben geformuleerd voor het contact en de ondersteuning van de minderjarige nog niet zijn gerealiseerd. De moeder toont enige openheid voor begeleiding, maar de slechte relatie tussen ouders en Jeugdzorg belemmert dit. Daarom acht het hof het prematuur om de ontheffing van de moeder nu definitief te maken.
Het hof wijst op de vaste werkwijze waarbij een rechter-commissaris de zaak instrueert voor de meervoudige kamer en verwerpt het bezwaar van de moeder tegen de procedure. Het hof acht de gronden voor ontheffing aanwezig, maar houdt de zaak aan tot 27 augustus 2011 om de verdere ontwikkeling af te wachten en de gestelde doelen te realiseren.
De behandeling wordt aangehouden zonder de belangen van de minderjarige te schaden, omdat de ontheffing door de rechtbank uitvoerbaar bij voorraad is verklaard en de gronden voorshands aanwezig zijn.
Uitkomst: Het hof houdt de behandeling aan tot 27 augustus 2011 om de ontwikkeling van de situatie af te wachten en de gestelde doelen te realiseren.