ECLI:NL:GHSGR:2010:BN5487
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Bouritius
- Linsen-Penning de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging contactregeling tussen vader en minderjarige na geschil over verruiming
In deze zaak staat de omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind centraal. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit. De moeder kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank die de contactregeling tussen vader en kind verruimde. De vader stelde een incidenteel appel in met het verzoek tot verdere verruiming van de omgangsregeling.
Het hof overwoog dat de wettelijke bepalingen omtrent contactregelingen, met name artikel 1:253 lid 2 sub a en Pro artikel 1:377e BW, van toepassing zijn en dat een verzoek tot wijziging of verruiming van een contactregeling onder deze bepalingen valt. De stelling van de moeder dat de rechtbank de vader niet-ontvankelijk had moeten verklaren, werd verworpen.
De moeder voerde aan dat de uitbreiding van de weekendregeling niet in het belang van het kind zou zijn, omdat het kind na een schoolweek eerst tot rust moet komen bij haar. De vader betoogde dat een verdere verruiming juist in het belang van het kind is. Het hof sloot zich aan bij de beslissing van de rechtbank, die de contactregeling passend achtte gezien de leeftijd en ontwikkeling van het kind.
Het hof stelde vast dat de contactregeling sinds 2006 van kracht is en dat het kind zich van een peuter tot een kleuter heeft ontwikkeld met meer zelfstandigheid. Gezien deze omstandigheden en het belang van het kind, werd de bestaande regeling in stand gehouden en het verzoek tot verdere verruiming afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de bestaande contactregeling en wijst het verzoek tot verruiming af.