ECLI:NL:GHSGR:2010:BN5489
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Bouritius
- Van Leuven
- Linsen-Penning de Vries
- Rechtspraak.nl
Wijziging hoofdverblijfplaats minderjarigen in gezamenlijk gezag na scheiding
In deze zaak ging het om de vaststelling van de hoofdverblijfplaats van minderjarige kinderen na de scheiding van hun ouders die gezamenlijk gezag uitoefenen. Het hof heeft een deskundigenonderzoek laten uitvoeren, waaruit bleek dat de ouders hun communicatie deels hadden verbeterd, maar dat duidelijkheid over het hoofdverblijf van de kinderen het meest in hun belang was.
De vrouw betwistte het deskundigenrapport en verzocht om een nieuw onderzoek, terwijl de man en de raad voor de kinderbescherming het advies van de deskundigen onderschreven om de hoofdverblijfplaats bij de man te laten. Jeugdzorg stelde dat de kinderen door de onduidelijkheid over hun verblijfplaats werden belast en dat de man beter in staat was de omgangsregeling te laten verlopen.
Het hof oordeelde dat ondanks enkele onbeantwoorde vragen in het deskundigenrapport, het belang van de kinderen gebaat was bij duidelijkheid en rust. Het hof bekrachtigde de beschikking dat de hoofdverblijfplaats bij de man komt, stelde de ingangsdatum hiervan vast op 25 augustus 2010 en legde de zorg- en opvoedingstaken vast conform het ouderschapsplan. Tevens werden de kosten van het deskundigenonderzoek vastgesteld en erkend als voldaan.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen wordt vastgesteld bij de man met ingang van 25 augustus 2010.