ECLI:NL:GHSGR:2010:BN5522
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Husson
- Zwagemaker
- Rechtspraak.nl
Verdeling onderhoudsplicht tussen vader en stiefvader bij kinderalimentatie
In deze zaak staat de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van een minderjarige centraal. De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Dordrecht die zijn alimentatieverplichting op €435 per maand had vastgesteld. De vader betwistte de gehanteerde inkomensgrondslag en stelde dat hij zijn ontslagvergoeding had gebruikt voor herinrichtingskosten.
Het hof nam het inkomen van de vader over zoals vermeld in zijn aangifte inkomstenbelasting 2009, te weten €45.200 bruto per jaar, en bevestigde het door de rechtbank vastgestelde inkomen voor 2008. Vanaf 1 juli 2009 was de vader werkloos en ontving een WW-uitkering van €1.215 netto per maand. De vader had zijn dansschool in 2010 gestaakt, wat het hof aannemelijk achtte.
Na aftrek van woonlasten en zorgpremies kwam het hof tot een draagkracht van €185 per maand voor de vader vanaf 1 januari 2010. Tevens stelde het hof dat de stiefvader op grond van artikel 1:395 BW Pro mede onderhoudsplichtig is en dat de bijdrage gelijkelijk verdeeld dient te worden. De beschikking van de rechtbank werd daarom vernietigd voor zover deze de alimentatie vanaf 1 januari 2010 betrof en opnieuw vastgesteld op €185 per maand.
Uitkomst: De vader moet vanaf 1 januari 2010 €185 per maand aan kinderalimentatie betalen, waarbij de onderhoudsplicht gelijkelijk wordt verdeeld met de stiefvader.