ECLI:NL:GHSGR:2010:BN5577
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Dijk
- Bouritius
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling tijdens uithuisplaatsing van minderjarige
In deze zaak staat de omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind centraal, dat sinds maart 2009 uit huis is geplaatst en in een pleeggezin verblijft. De vader en moeder hebben gezamenlijk het gezag. De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die zijn verzoek tot een ruimere omgangsregeling had afgewezen.
Jeugdzorg heeft een schriftelijke aanwijzing gegeven die de omgang tussen vader en kind beperkt, mede vanwege een lopend ambulant psychodiagnostisch onderzoek. De rechtbank had de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd en twijfelde aan de onderzoeksrapportage, waardoor een nieuw onderzoek werd ingesteld.
Het hof overweegt dat het belang van het kind en het recht op gezinsleven van vader en kind voorop staan. Er is geen reden tot terughoudendheid bij omgang, aangezien vader en kind niet vervreemd zijn en het onderzoek niet voldoet aan de vereiste normen. Een te abrupte overgang acht het hof ongewenst, daarom stelt het hof een omgangsregeling vast waarbij de minderjarige elke zaterdag van 9.00 tot 17.00 uur bij de vader verblijft, met vervoer door de vader.
De bestreden beschikking wordt vernietigd en de nieuwe regeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het hof wijst het overige verzoek van de vader af.
Uitkomst: Het hof vernietigt de eerdere beschikking en stelt een omgangsregeling vast waarbij de minderjarige elke zaterdag van 9.00 tot 17.00 uur bij de vader verblijft.