ECLI:NL:GHSGR:2010:BN5772
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Haan-Boerdijk
- Stollenwerck
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijf en contactregeling minderjarigen na scheiding ouders
In deze zaak stond de hoofdverblijfplaats van twee minderjarige kinderen na de scheiding van hun ouders centraal, evenals de contactregeling tussen de vader en de kinderen. De vader verzocht om toewijzing van de zorg en verblijfplaats bij hem, mede vanwege vermeende tekortkomingen van de moeder in de verzorging en opvoeding en een recente verhuizing van de moeder. De moeder betwistte dit en stelde dat het in het belang van de kinderen was dat zij bij haar bleven wonen.
Het hof oordeelde dat de kinderrechter terecht had geoordeeld dat het in het belang van de minderjarigen was dat zij bij de moeder verbleven. Er was geen bewijs dat de moeder tekortschiet in verzorging of opvoeding en de verhuizing had geen negatieve invloed gehad. Ook werd overwogen dat een tweede verhuizing niet wenselijk was. De wens van een van de kinderen om bij de moeder te blijven werd meegewogen.
Ten aanzien van de contactregeling wijzigde het hof de woensdagmiddagregeling voor de jongste minderjarige, zodat deze op woensdagen zonder voetbaltraining bij de vader kan zijn. De regeling voor de oudste minderjarige op woensdagmiddag werd beëindigd vanwege schooltijden. Andere verzoeken van de vader werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Hoofdverblijfplaats blijft bij moeder; contactregeling woensdagmiddag voor jongste minderjarige aangepast.