ECLI:NL:GHSGR:2010:BN5924
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van de Poll
- Mos-Verstraten
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Hoofdverblijfplaats kinderen bij vader en verdeling huwelijksgoederengemeenschap
In deze civiele zaak staat de hoofdverblijfplaats van drie minderjarige kinderen en de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap tussen de ouders centraal. De moeder verzoekt de hoofdverblijfplaats bij haar te plaatsen en de verdeling van de gemeenschap van goederen te regelen. De vader verzoekt bevestiging van de hoofdverblijfplaats bij hem en een bijdrage van de moeder in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.
Het hof overweegt dat de vader al geruime tijd de zorg voor de kinderen draagt en dat de oudste minderjarige in een leefgroep verblijft. De moeder verblijft momenteel in een GGZ-instelling en is niet aanspreekbaar, waardoor het niet in het belang van de kinderen is hun hoofdverblijfplaats te wijzigen. De draagkracht van de moeder voor kinderalimentatie wordt als onvoldoende beoordeeld.
Ten aanzien van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap is onduidelijkheid over de omvang van de boedel. Het hof bepaalt dat partijen de verdeling moeten laten plaatsvinden bij een notaris en benoemt een notaris indien partijen geen overeenstemming bereiken. De bestreden beschikking wordt op dit punt vernietigd en opnieuw bepaald. De overige punten worden bekrachtigd en het hoger beroep wordt verder afgewezen.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de kinderen blijft bij de vader en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vindt plaats bij notariële tussenkomst.