ECLI:NL:GHSGR:2010:BN5994
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over niet-gegarandeerd deel van prestatiebonus na einde dienstverband
Werknemer trad in januari 2008 in dienst bij Serco als business development director met een bruto jaarsalaris van €138.889 en een prestatieafhankelijke bonus waarvan de helft in het eerste jaar gegarandeerd was. Voor het niet-gegarandeerde deel moesten persoonlijke doelstellingen jaarlijks worden vastgesteld.
Na ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 november 2008 ontving werknemer een deel van de bonus, maar Serco weigerde betaling van het niet-gegarandeerde deel. De kantonrechter wees dit af omdat geen concrete afspraken over doelstellingen waren gemaakt. Werknemer ging in hoger beroep en stelde dat Serco onvoldoende had betwist dat geen overeenstemming over doelstellingen bestond en dat Serco nalatig was in het vaststellen daarvan.
Het hof oordeelde dat de door werknemer voorgestelde doelstellingen niet zijn besproken en dat de verklaringen van medewerkers over omzetverwachtingen geen overeengekomen persoonlijke doelstellingen vormden. Omdat Serco naliet tijdig met werknemer doelstellingen overeen te komen en hem niet duidelijk maakte dat hij niet voldeed aan verwachtingen, was het onredelijk om de bonus te onthouden. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde Serco tot betaling van het niet-gegarandeerde deel van de bonus, vermeerderd met wettelijke rente en wettelijke verhoging, en in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Hof veroordeelt Serco tot betaling van het niet-gegarandeerde deel van de bonus over 2008 met rente en wettelijke verhoging.