ECLI:NL:GHSGR:2010:BN8164
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mos-Verstraten
- Van Leuven
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag en omgangsregeling minderjarige na echtscheiding
In deze zaak stond de vraag centraal of het gezamenlijk gezag over twee minderjarigen gehandhaafd kon blijven en of een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige [X] kon worden vastgesteld. De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en het verzoek tot omgang afgewezen, hetgeen de vader in hoger beroep aanvocht.
Het hof stelde vast dat sinds eind 2007 geen communicatie meer bestond tussen de ouders, ondanks geboden hulpverlening. Deze langdurige communicatieverstoring en het voortdurende conflict leidden tot een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem zouden raken tussen de ouders. De vader had bovendien zijn medewerking aan noodzakelijke hulpverlening en het verstrekken van een paspoort voor de kinderen geweigerd. Dit maakte het gezamenlijk gezag onhoudbaar en in het belang van de kinderen noodzakelijk om het gezag aan de moeder toe te wijzen.
Ten aanzien van de omgang met de minderjarige [X] oordeelde het hof dat omgang ernstig nadeel zou opleveren voor diens geestelijke en lichamelijke ontwikkeling. [X] had uitgesproken geen contact met de vader te willen vanwege negatieve ervaringen uit het verleden. Het hof vond dat het belang van het kind voorop moest staan en bekrachtigde daarom ook het afwijzen van de omgangsregeling.
Het hof nam tevens de relevante artikelen van het Verdrag inzake de Rechten van het Kind in aanmerking, maar oordeelde dat deze niet tot andere uitkomsten leidden. De bestreden beschikking werd dan ook bekrachtigd en het beroep van de vader afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en wijst het verzoek tot omgangsregeling af.