ECLI:NL:GHSGR:2010:BN8450
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Stille
- Van Leuven
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag wegens onmogelijkheid tot overleg tussen ouders
De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die het gezamenlijk gezag over de minderjarige beëindigde en het gezag aan de moeder toekende. De ouders zijn gescheiden en de minderjarige verblijft bij de moeder. Het hof stelt vast dat na de scheiding overleg tussen de ouders over de minderjarige niet mogelijk of uiterst lastig is gebleken, wat een wijziging van omstandigheden vormt volgens artikel 1:253n BW.
De vader betoogt dat de beslissing op onjuiste feiten is gebaseerd en onvoldoende gemotiveerd is, terwijl de moeder dit weerspreekt en stelt dat de vader niet van goede wil is. Het hof concludeert dat de ouders niet in staat zijn tot een gezamenlijke gezagsuitoefening, mede door incidenten zoals het weigeren van medewerking aan paspoortaanvraag en conflicten over zakgeld.
Het hof acht het risico dat de minderjarige klem raakt tussen de ouders onaanvaardbaar en bevestigt dat de beëindiging van het gezamenlijk gezag in het belang van de minderjarige is. Ondanks dat ook de moeder bijdraagt aan de situatie, blijft het gezag bij haar, mede omdat de minderjarige dit wenst. De kosten worden gecompenseerd en de bestreden beschikking wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezamenlijk gezag en kent het gezag toe aan de moeder wegens onmogelijkheid tot overleg tussen ouders.