ECLI:NL:GHSGR:2010:BN9302
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Bouritius
- Van Leuven
- Bos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling draagkracht vader en kinderalimentatie voor minderjarige
In deze zaak stond de hoogte van de kinderalimentatie centraal die de vader aan de moeder voor de verzorging en opvoeding van hun minderjarige kind moet betalen. De vader ging in hoger beroep tegen een eerdere beschikking waarin een hogere alimentatie was vastgesteld, en stelde dat zijn draagkracht lager was dan door de rechtbank aangenomen.
Het hof heeft de financiële situatie van de vader onderzocht en vastgesteld dat zijn onderneming slechts marginale inkomsten genereert. Daarom is uitgegaan van een netto inkomen gelijk aan de bijstandsnorm van een alleenstaande, aangevuld met een lijfrente-uitkering en rente-inkomsten, wat resulteert in een draagkracht van circa €1770 netto per maand. Daarnaast is rekening gehouden met woonlasten, ziektekostenpremies en omgangskosten.
Het hof oordeelde dat de vader onvoldoende draagkracht heeft om de volledige eerder vastgestelde alimentatie te betalen, maar dat hij redelijkerwijs nog wel op zijn vermogen kan interen. Daarom is de kinderalimentatie vastgesteld op €250 per maand, met ingang van de datum van het vonnis. De vader heeft verklaard bij betaling te zijn en geen achterstand te hebben.
De moeder heeft het beroep bestreden en stelde dat de vader voldoende inkomen heeft om de alimentatie te voldoen. Het hof heeft haar standpunten meegewogen maar is tot het oordeel gekomen dat de draagkracht van de vader beperkt is. De beschikking van het hof wijzigt daarmee de eerdere beschikking en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vader moet vanaf heden €250 per maand aan kinderalimentatie betalen.