ECLI:NL:GHSGR:2010:BN9313
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Haan-Boerdijk
- Stollenwerck
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vervangende toestemming afgifte identiteitskaart minderjarige in uithuisplaatsing
In deze zaak stond de vraag centraal of de vervangende toestemming voor de afgifte van een identiteitskaart aan een minderjarige, die onder een machtiging tot uithuisplaatsing valt, beperkt moest worden tot de duur van die machtiging. De moeder van de minderjarige was tegen de afgifte van een identiteitskaart zonder beperkingen en verzocht het hof om de geldigheidsduur te beperken en het gebruik territoriaal te beperken.
De rechtbank had eerder de vervangende toestemming verleend en het hof sloot zich aan bij het oordeel van de rechtbank. Het belang van de minderjarige om volledig te kunnen participeren in het gezinsleven van de pleegouders, inclusief vakanties, werd zwaarwegend geacht. Ook werd erkend dat het bezit van een identiteitsbewijs in de huidige maatschappij steeds belangrijker is.
De moeder stelde dat zij geen zicht heeft op de verblijfplaats van de minderjarige en dat zij het in zijn belang acht dat hij in een veilige omgeving verblijft. Jeugdzorg betoogde dat een beperkte geldigheidsduur niet in het belang van de minderjarige is, omdat dit zou leiden tot onnodige procedures en kosten bij verlenging.
Het hof oordeelde dat de moeder geen feiten of omstandigheden had gesteld die een andere beslissing rechtvaardigen. De afgifte van een identiteitskaart met een normale geldigheidsduur is passend, mede omdat bij beëindiging van de uithuisplaatsing de moeder zelf over het paspoort kan beschikken. Het beroep werd daarom afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het beroep van de moeder af, waardoor de identiteitskaart met normale geldigheidsduur wordt behouden.