ECLI:NL:GHSGR:2010:BN9318
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mos-Verstraten
- Van Leuven
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging machtiging gesloten jeugdzorg minderjarige
In deze zaak staat de verlenging van een machtiging tot gesloten jeugdzorg voor een minderjarige centraal. De minderjarige betwist de noodzaak van gesloten jeugdzorg en voert aan dat de gedragswetenschapper onvoldoende onderzoek heeft verricht en dat de instemmingsverklaring niet rechtsgeldig is. De WSS stelt dat eerdere hulpverlening niet is geslaagd door de oncoöperatieve houding van de minderjarige en zijn ouders, en dat gesloten jeugdzorg noodzakelijk is vanwege ernstige gedragsproblemen.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 29b lid 3 van de Wet op de jeugdzorg een machtiging tot gesloten jeugdzorg alleen kan worden verleend indien de minderjarige ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen heeft die zijn ontwikkeling ernstig belemmeren en dat plaatsing noodzakelijk is om te voorkomen dat hij zich aan de zorg onttrekt. De gedragswetenschapper heeft op basis van dossieronderzoek en gesprekken met de minderjarige en zijn gezinsvoogd een instemmingsverklaring afgegeven die aan de wettelijke eisen voldoet.
Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank dat eerdere hulpverlening niet succesvol was en dat de minderjarige zich schuldig blijft maken aan strafbare feiten. De ouders ontkennen de noodzaak van hulpverlening en zetten zich niet in voor het gebruik ervan. De plaatsing in gesloten jeugdzorg is noodzakelijk om herhaling van strafrechtelijke problemen te voorkomen. De bestreden beschikking wordt dan ook bekrachtigd en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot gesloten jeugdzorg voor de minderjarige.