ECLI:NL:GHSGR:2010:BN9320
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Mos-Verstraten
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ondertoezichtstelling minderjarigen wegens ontbreken actuele bedreiging
De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 1993 en 1994, die bij hun moeder verblijven. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling door de rechtbank Rotterdam, waarbij Jeugdzorg betrokken is en de vader als belanghebbende is aangemerkt.
De moeder betwist dat er sprake is van een reële bedreiging van de geestelijke of zedelijke belangen van de kinderen en stelt dat onvoldoende is onderzocht of vrijwillige hulpverlening afdoende is. Jeugdzorg stelt dat ondanks positieve ontwikkelingen de ontwikkelingsbedreigingen en zorgpunten nog niet zijn opgeheven en dat pedagogische gezinsbegeleiding noodzakelijk is.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:254 lid 1 BW Pro een ondertoezichtstelling kan worden opgelegd indien de belangen van het kind ernstig worden bedreigd en andere middelen hebben gefaald of zullen falen. Uit het dossier en de zitting blijkt dat de kinderen inmiddels 16 en 17 jaar zijn en zelf geen grote problemen meer ervaren. De moeder en kinderen geven aan goed te functioneren met de huidige praktische hulpverlening. Jeugdzorg erkent dat er geen actuele ernstige bedreiging meer is en onderbouwt de noodzaak van intensieve begeleiding onvoldoende.
Het hof concludeert dat de gronden voor ondertoezichtstelling niet langer aanwezig zijn en beëindigt de ondertoezichtstelling met ingang van 15 september 2010. Het hof verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst overige verzoeken af.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen wordt met ingang van 15 september 2010 beëindigd wegens het ontbreken van actuele bedreigingen.