ECLI:NL:GHSGR:2010:BN9597
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.P.E.M. Fonteijn-Van der Meulen
- R.C. Langeler
- J.A.C. Bartels
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bevorderen invoer cocaïne na vrijspraak invoer zelf
De verdachte werd in hoger beroep vrijgesproken van het feit dat hij zelf de invoer van circa 120 kilogram cocaïne in Nederland had gepleegd, omdat het hof oordeelde dat hij pas na verwijdering van de cocaïne uit de container handelingen verrichtte die niet meer strafbaar waren als invoer. Wel werd hij veroordeeld voor het bevorderen van de invoer van deze grote hoeveelheid cocaïne, door contacten te onderhouden, afspraken te maken en een voorschot van 50.000 euro te regelen voor de afhalers.
Het bewijs bestond uit telefoontaps, getuigenverklaringen en forensisch onderzoek. De verdediging voerde onder meer aan dat de vertalingen van de tapgesprekken onbetrouwbaar waren en dat er sprake was van overmacht, wat het hof verwierp. Het hof oordeelde dat de verschillen in vertalingen niet tot bewijsuitsluiting leidden en dat de verdachte zich bewust en met opzet inzette voor de invoer.
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden, rekening houdend met zijn late betrokkenheid en het ontbreken van eerdere soortgelijke veroordelingen. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 4 jaar en 6 maanden gevangenisstraf voor bevorderen invoer cocaïne, vrijgesproken van directe invoer.