ECLI:NL:GHSGR:2010:BO0305
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Venhuizen
- Kleijngeld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlof tot onderhandse executieverkoop ondanks geschil over hypotheekbetaling
In deze civiele procedure staat centraal de vraag of het verlof tot onderhandse executieverkoop van een woonhuis terecht is verleend. Appellant [X.] betwist dat de lening van € 29.787,50 door geïntimeerde [Y.] aan The Add Factory B.V. is voldaan en stelt dat hij niet in verzuim is. Het hof oordeelt dat de stellingen van appellant onvoldoende onderbouwd zijn en dat aannemelijk is dat de lening verschuldigd en opeisbaar is.
Voorts is vastgesteld dat het recht op hoor en wederhoor van appellant is geschonden doordat hij niet is gehoord voordat het verlof werd verleend. Dit leidt tot doorbreking van het appelverbod, waardoor hoger beroep ontvankelijk is. Desondanks beoordeelt het hof dat, ook als appellant was gehoord, de voorzieningenrechter het verlof niet anders had beslist.
Het geschil omvat ook de vraag of de hypotheekakte voldoet aan de wettelijke eisen en of de taxatie van het pand correct is. Het hof acht de hypotheekakte geldig en de taxatie redelijk. Daarnaast faalt het verweer dat sprake zou zijn van samenwerking tussen geïntimeerde en de executiekoper ter benadeling van appellant.
Het bewijsaanbod van appellant wordt gepasseerd vanwege het spoedeisende karakter van de procedure. Het hof bekrachtigt de beschikking waarvan beroep en veroordeelt appellant in de proceskosten, waarbij rekening is gehouden met de samenhang met een soortgelijke zaak.
De uitspraak bevestigt dat in een verlofprocedure geen uitgebreid onderzoek naar de feiten plaatsvindt, maar dat aannemelijkheid en spoedeisendheid prevaleren.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het verlof tot onderhandse executieverkoop en wijst het hoger beroep van appellant af.