ECLI:NL:GHSGR:2010:BO0852
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.V. van den Berg
- D. Jalink
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor verboden val en dierenwelzijnsschending bij vangen kat
De verdachte werd beschuldigd van het vangen van een kat met een val die niet voldoet aan de Flora- en Faunawet en het benadelen van het welzijn van de kat door het gebruik van een kantelbare val. Het hof oordeelde dat de gebruikte val niet als een toegestane kastval kan worden aangemerkt, mede vanwege het ontbreken van een vallend element dat de ingang afsluit.
Bewijs bestond uit getuigenverklaringen, proces-verbaal van bevindingen en het feit dat een levende kat in de val werd aangetroffen. De verdachte had de val zelf ontworpen en geplaatst om te observeren wat er in het veld liep, maar nam willens en wetens de aanmerkelijke kans voor lief dat een kat zou vastzitten en daardoor in zijn welzijn zou worden geschaad.
De verdediging voerde aan dat de val niet verboden was omdat geen specifieke voorwaarden voor een kastval in de wet zijn opgenomen en dat niet is bewezen dat het welzijn van de kat daadwerkelijk werd benadeeld. Het hof verwierp deze verweren en stelde dat het welzijn van een kat die vastzit in een val algemeen bekend wordt benadeeld.
De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van in totaal €450,-, waarvan €150,- voor het gebruik van de verboden val en €300,- voor het benadelen van het dierenwelzijn, met een subsidiaire hechtenis van respectievelijk 3 en 6 dagen bij niet-betaling. Daarnaast werd de vossenvangpijp verbeurd verklaard.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €450,- en verbeurdverklaring van een vossenvangpijp wegens illegaal vangen van een kat en benadeling van het dierenwelzijn.