ECLI:NL:GHSGR:2010:BO0994

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
13 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
001764-08
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 SvArt. 591a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand bij indienen verzoekschrift

Verzoeker diende op 23 december 2008 een verzoekschrift in bij het gerechtshof om een bedrag van € 275,- toe te kennen als vergoeding voor kosten van rechtsbijstand die hij had moeten maken voor het opstellen en indienen van een verzoekschrift ex artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

De raadkamer behandelde het verzoek openbaar op 30 augustus 2010, waarbij verzoeker en de advocaat-generaal aanwezig waren, maar de advocate van verzoeker niet verscheen zonder opgave van reden. De advocaat-generaal concludeerde op 23 februari 2010 tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek.

Het hof oordeelde dat niet was voldaan aan de voorwaarden van artikel 89 Sv Pro en dat er geen billijkheidsggronden waren om de kosten van rechtsbijstand te vergoeden. Daarom wees het hof het verzoek af en verklaarde het niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding kosten rechtsbijstand wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.

Uitspraak

AV-nummer 001764-08
datum uitspraak 13 september 2010
GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE
Meervoudige raadkamer
BESCHIKKING
gegeven naar aanleiding van een verzoek, op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering ingediend namens:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1968,
[adres],
in deze zaak woonplaats kiezende ten kantore van zijn advocate, mr. C. Maat, aan de Prinsengracht 706 te 1017 LA Amsterdam.
Procesgang
Namens verzoeker is bij een op 23 december 2008 ter griffie van dit hof ingekomen verzoekschrift gevraagd hem een bedrag toe te kennen van € 275,- als vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand, die hij heeft moeten maken in verband met het opstellen en indienen van een verzoekschrift ex artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De raadkamer van het hof heeft het verzoek tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in het openbaar behandeld op 30 augustus 2010.
Daarbij zijn gehoord de verzoeker en de advocaat-generaal mr. D. Jeras.
De advocate is - hoewel behoorlijk opgroepen - niet verschenen.
De advocaat-generaal heeft op 23 februari 2010 geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek.
Beoordeling van het verzoek
Het hof heeft bij beschikking van heden het verzoek tot schadevergoeding ex artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard, nu niet is voldaan aan de voorwaarden van dat artikel. Voorts is de advocate van verzoeker bij de behandeling van het verzoekschrift op 30 augustus 2010 zonder opgave van reden aan het hof dan wel aan verzoeker, niet in raadkamer verschenen. Het hof acht derhalve geen gronden van billijkheid aanwezig om de kosten van rechtsbijstand, die gemoeid zijn met het opstellen en indienen van dat verzoekschrift, voor vergoeding in aanmerking te laten komen.
Uit het voorgaande volgt dat moet worden beslist als hierna is aangegeven.
Beslissing
Het hof:
Wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Wurzer, voorzitter, mr. G.P.A. Aler en mr. M.P.J.G. Göbbels, leden, in het bijzijn van de griffier mr. C. Bossema, en op 13 september 2010 in het openbaar uitgesproken.
Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.