ECLI:NL:GHSGR:2010:BO1942
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.O. Lubbers
- P.J.J. Vonk
- R. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Belastingkorting voor verlies uit aanmerkelijk belang en toepassing gecombineerde heffingskorting
Belanghebbende was het niet eens met de aanslag inkomstenbelasting 2005 en de daarbij behorende belastingkorting voor verlies uit aanmerkelijk belang. De rechtbank had de aanslag verminderd en de beschikking belastingkorting gehandhaafd op een lager bedrag dan door belanghebbende gewenst.
De Inspecteur ging in hoger beroep tegen dit oordeel. Het geschil betrof de juiste volgorde van toepassing van de belastingkorting voor verlies uit aanmerkelijk belang en de heffingskorting, en de vraag of belanghebbende recht had op een verhoging van de gecombineerde heffingskorting op grond van artikel 8.9 Wet IB 2001.
Het hof oordeelde dat eerst de belastingkorting voor verlies uit aanmerkelijk belang in mindering moet worden gebracht op het belastbare inkomen uit werk en woning, en vervolgens het gezamenlijke bedrag van de belasting over de drie inkomens wordt berekend, waarna de heffingskorting wordt toegepast. Omdat de gecombineerde inkomensheffing nihil was, had belanghebbende recht op de verhoging van de gecombineerde heffingskorting. Het hof vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de beschikking belastingkorting betrof, stelde de beschikking vast op een hoger bedrag en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: De beschikking belastingkorting wordt vastgesteld op € 14.758,- en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.