ECLI:NL:GHSGR:2010:BO1947
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag verontreinigingsheffing over ingenomen maar niet geloosd water
Belanghebbende, een distilleerderij, kreeg een voorlopige aanslag verontreinigingsheffing opgelegd over het jaar 2008, gebaseerd op het totale ingenomen water, inclusief het deel dat niet werd geloosd maar verwerkt in producten of gebruikt voor persoonlijke verzorging. Belanghebbende betwistte deze aanslag en voerde aan dat alleen het geloosde water belast zou moeten worden, mede vanwege technische en economische onhaalbaarheid van meting van vervuilingseenheden van niet geloosd water.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigde deze uitspraak. Het hof oordeelde dat de Verordening verontreinigingsheffing Delfland 2008 en de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo) duidelijk voorschrijven dat de heffing wordt berekend over het ingenomen water, ongeacht lozing. De afvalwatercoëfficiënt is forfaitair en houdt rekening met niet geloosd water, waardoor aftrek niet mogelijk is.
Belanghebbende voerde een beroep op het gelijkheidsbeginsel, stellende dat andere distilleerderijen niet werden belast over niet geloosd water, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. Het hof benadrukte dat de rechter de billijkheid van de wet niet mag toetsen en dat eventuele onredelijkheid aan de wetgever moet worden voorgelegd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Belanghebbende kan nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag verontreinigingsheffing wordt bevestigd.