ECLI:NL:GHSGR:2010:BO1951
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- De Haan-Boerdijk
- Van Veen
- Rechtspraak.nl
Toestemming verleend voor opmaken uiterste wilsbeschikking ter eerlijke nalatenschapsverdeling
Verzoeker is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die het verzoek tot het opmaken van een uiterste wilsbeschikking ex artikel 4:55 BW Pro had afgewezen. Verzoeker stelde dat zonder deze beschikking een oneerlijke verdeling van zijn nalatenschap zou ontstaan, waarbij één familie alles zou erven afhankelijk van wie het eerst overlijdt.
Tijdens de mondelinge behandeling bij het hof verklaarde verzoeker dat hij zijn nalatenschap rechtvaardig wil regelen en een eerlijke verdeling tussen zijn familie en die van zijn echtgenote nastreeft. Het hof stelde vast dat verzoeker voldoende wilsbekwaam is en dat er geen beletselen zijn om aan zijn verzoek tegemoet te komen, mede gezien het concept van de uiterste wilsbeschikking dat was overgelegd.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking van de rechtbank en verleende toestemming aan verzoeker om de uiterste wilsbeschikking op te maken conform het ingediende concept. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof verleent toestemming aan verzoeker om een uiterste wilsbeschikking op te maken conform het ingediende concept.