ECLI:NL:GHSGR:2010:BO1952
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Pannekoek-Dubois
- Labohm
- Breederveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezamenlijk gezag en hoofdverblijfplaats bij moeder na scheiding
In deze zaak verzoeken beide ouders na hun scheiding ieder voor zich om met het eenhoofdig gezag over hun minderjarige kinderen te worden belast. Daarnaast is er een geschil over de hoofdverblijfplaats van de kinderen binnen het gezamenlijk gezag. De vader stelt dat de moeder zich niet aan afspraken houdt en onbereikbaar is, en verzoekt het eenhoofdig gezag en de hoofdverblijfplaats bij hem toe te wijzen. De moeder woont inmiddels met de kinderen en haar nieuwe partner op een ander adres en betwist de stellingen van de vader.
Het hof beoordeelt de zaak aan de hand van de Wet bevordering voortgezet ouderschap en concludeert dat er geen onaanvaardbaar risico bestaat dat de kinderen klem of verloren raken door het gezamenlijk gezag. De verhuizing van de moeder en de communicatieproblemen tussen ouders zijn onvoldoende om het eenhoofdig gezag toe te wijzen. De hoofdverblijfplaats blijft bij de moeder, die een stabiele en rustige leefomgeving biedt, bevestigd door Jeugdzorg.
De omgang tussen vader en kinderen verloopt moeizaam, waarbij de oudste minderjarige geen contact wenst. Het hof benadrukt het belang van een goede omgang en verwacht dat Jeugdzorg zich zal inspannen om het contact te verbeteren. De bestreden beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd, waarbij de verzoeken om eenhoofdig gezag worden afgewezen en de hoofdverblijfplaats bij de moeder blijft.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het gezamenlijk gezag en de hoofdverblijfplaats bij de moeder, en wijst de verzoeken om eenhoofdig gezag af.