ECLI:NL:GHSGR:2010:BO2666
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over deelnemingsvrijstelling bij verlies op earn-out vorderingen in vennootschapsbelasting
Belanghebbende verkocht in 2001 haar aandelen in [A] B.V. met een koopprijs die deels afhankelijk was van toekomstige winstdoelstellingen, aangeduid als PBT1 en PBT2. Nadat bleek dat koper deze earn-out bedragen waarschijnlijk niet volledig zou betalen, ontstond een geschil over de fiscale behandeling van het daarop geleden verlies.
De Inspecteur stelde dat het verlies onder de deelnemingsvrijstelling viel, terwijl belanghebbende dit betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep op de aanslag niet-ontvankelijk, maar gaf belanghebbende gelijk over de verliesbeschikking en stelde het verlies vast op €742.221.
In hoger beroep bevestigde het Hof dat het verlies op PBT1 en PBT2 niet onder de deelnemingsvrijstelling valt, omdat deze vorderingen niet als een opgesplitst belang bij de verkochte aandelen kunnen worden aangemerkt. Het Hof oordeelde dat de omzet en winst waarop PBT1 en PBT2 afhankelijk zijn, niet rechtstreeks verband houden met de waarde van de aandelen. Het hoger beroep van de Inspecteur werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden aan de Inspecteur opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en het verlies op PBT1 en PBT2 valt niet onder de deelnemingsvrijstelling.