ECLI:NL:GHSGR:2010:BO2758
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag inkomstenbelasting 2004 na bezwaar en hoger beroep
Belanghebbende, woonachtig in België, ontving in 2004 een WAO-uitkering en kreeg een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die aanvankelijk nihil was vastgesteld. Na bezwaar stelde de Inspecteur de aanslag bij tot een belastbaar inkomen van €6.636, met verrekening van ingehouden loonheffing en heffingsrente, wat resulteerde in een teruggave van €3.708. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende tegen deze aanslag ongegrond nadat belanghebbende zich met de gewijzigde aanslag kon verenigen.
Belanghebbende ging in hoger beroep bij het Hof en stelde onder meer dat de Inspecteur moest reageren op brieven over het jaar 1986 en dat hij ten onrechte uit het Ziekenfonds was gezet. Het Hof oordeelde dat deze punten niet relevant waren voor de aanslag 2004 en dat er geen gronden waren om de aanslag te wijzigen. Het verzoek tot wraking van de rechter werd niet-ontvankelijk verklaard.
Het Hof concludeerde dat de aanslag correct was vastgesteld en dat de teruggave niet te laag was. Er was geen aanleiding om de behandeling van het hoger beroep aan te houden. Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.