ECLI:NL:GHSGR:2010:BO2984
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.G.M. van Rijnberk
- D.J.C. van den Broek
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens ontbreken wederrechtelijk voordeel na vrijspraak en vernietiging vonnis
In deze strafzaak stond de ontnemingsvordering centraal die was gebaseerd op een strafrechtelijk financieel onderzoek (sfo) waarbij een bedrag van € 82.611,71 als wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld. De veroordeelde was eerder veroordeeld voor het medeplegen van overtredingen van de Opiumwet met betrekking tot de vondst van cocaïne in twee containers.
Het hof stelde vast dat de veroordeelde ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten geen wederrechtelijk voordeel had genoten, mede omdat de cocaïne was vernietigd en geen opbrengst had opgeleverd. Daarnaast was de veroordeelde vrijgesproken van andere feiten die in het vonnis waren betrokken, waardoor ook ten aanzien van die feiten geen wederrechtelijk voordeel kon worden vastgesteld.
Het strafrechtelijk financieel onderzoek leverde geen aanwijzingen op dat de veroordeelde betrokken was bij andere strafbare feiten die tot wederrechtelijk voordeel konden leiden. Hoewel onverklaarbaar vermogen aanwezig was, kon dit niet worden toegerekend aan strafbare feiten.
De rechtbank Rotterdam had eerder een ontnemingsvordering toegewezen, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af. Ook werd een overschrijding van de redelijke termijn vastgesteld, hetgeen door de advocaat-generaal was erkend, maar dit leidde niet tot toewijzing van de vordering.
Het arrest werd uitgesproken op 20 oktober 2010 door het hof te 's-Gravenhage, waarbij één van de rechters niet in staat was mede te ondertekenen.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af en vernietigt het vonnis van de rechtbank.