ECLI:NL:GHSGR:2010:BO3988
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van de Poll
- Mos-Verstraten
- Van Wijk
- Rechtspraak.nl
Geschil over benoeming bewindvoerder in onderbewindstelling van echtgenoot
Appellante, de echtgenote van de rechthebbende, is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking waarbij haar schoondochter tot bewindvoerder is benoemd over de goederen van de rechthebbende. Appellante betwist de benoeming en verzoekt primair haarzelf tot bewindvoerder te benoemen, subsidiair een onafhankelijke derde.
Het hof overweegt dat de voorkeur van de rechthebbende voor een bewindvoerder niet uitdrukkelijk is geuit. Volgens artikel 1:435 BW Pro heeft de echtgenoot bij gebrek aan voorkeur voorrang boven een kind als bewindvoerder. De rechtbank heeft echter niet gemotiveerd waarom van deze wettelijke voorkeur is afgeweken.
Het hof stelt vast dat appellante niet adequaat heeft gereageerd op de financiële problemen van de rechthebbende en daardoor niet geschikt is als bewindvoerder. De stellingen van appellante dat de huidige bewindvoerder haar taak niet naar behoren vervult, zijn onvoldoende onderbouwd. De communicatieproblemen tussen appellante en de bewindvoerder zijn onvoldoende reden voor benoeming van een derde. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en wijst het beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de benoeming van de dochter als bewindvoerder en wijst het beroep van de echtgenote af.