ECLI:NL:GHSGR:2010:BO5979
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- De Haan-Boerdijk
- Van den Wildenberg
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Verwerping hoger beroep tegen machtiging tot gesloten jeugdzorg na ontheffing ouderlijk gezag
De minderjarige was geplaatst in een voorziening voor gesloten jeugdzorg op basis van een machtiging die was verleend aan Jeugdzorg. De moeder was van rechtswege belast met het ouderlijk gezag. Tijdens de procedure werd de moeder ontheven van het ouderlijk gezag, waardoor de wettelijke grondslag voor de machtiging tot gesloten plaatsing kwam te vervallen.
De minderjarige kwam in hoger beroep tegen de beschikking van de kinderrechter die de gesloten plaatsing voor zes maanden had toegestaan. Zij voerde aan dat zij bereid was mee te werken aan begeleiding en persoonlijkheidsonderzoek en dat er geen alternatieven waren onderzocht door Jeugdzorg. Jeugdzorg stelde dat het onderzoek alleen binnen gesloten jeugdzorg mogelijk was vanwege het weglopen uit eerdere instellingen en de veiligheidssituatie.
Het hof constateerde dat de moeder inmiddels ontheven was van het gezag en dat Jeugdzorg tot voogd was benoemd. Hierdoor was de wettelijke basis voor de machtiging tot gesloten plaatsing komen te vervallen. Het hof oordeelde dat de minderjarige onder deze omstandigheden geen belang meer had bij het beroep tegen de machtiging en verwerpt het hoger beroep.
De beslissing werd genomen door het hof 's-Gravenhage op 1 december 2010, waarbij het hoger beroep werd afgewezen en de machtiging tot gesloten jeugdzorg gehandhaafd werd onder de nieuwe voogdijstructuur.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minderjarige tegen de machtiging tot gesloten jeugdzorg wordt verworpen vanwege de ontheffing van de moeder van het ouderlijk gezag.