ECLI:NL:GHSGR:2010:BO6298
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale toerekening van trustvermogen aan belanghebbende bij irrevocable discretionary trust
Belanghebbende had in 1997 een irrevocable discretionary trust opgericht waarbij zij aandelen en vermogen onder trustverband bracht. De Inspecteur rekende het trustvermogen tot haar belastbare inkomen uit sparen en beleggen, stellende dat de trust genegeerd moest worden op grond van het Haags Trustverdrag en dat belanghebbende feitelijk beschikkingsmacht hield via haar peetzoon.
De rechtbank oordeelde dat de trust rechtsgeldig was ingesteld volgens het recht van Guernsey, dat belanghebbende geen afdwingbaar recht op uitkeringen had en dat de Inspecteur onvoldoende bewijs leverde voor het negeren van de trust. Ook het beroep op fraus legis werd verworpen omdat belanghebbende destijds niet in Nederland woonde.
Het Hof bevestigde deze beoordeling, overwegende dat de Letter of Wishes niet bindend is en dat de trustee discretionair bevoegd is. De Inspecteur bracht geen bewijs dat belanghebbende of haar peetzoon feitelijk beschikkingsmacht hadden. Ook werd het beroep op fiscale transparantie en fraudem legis verworpen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en het vermogen van de trust wordt niet toegerekend aan belanghebbende.