ECLI:NL:GHSGR:2010:BO6451
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.C. Fasseur-van Santen
- A.D. Kiers-Becking
- M.Y. Bonneur
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over normaal gebruik van een Gemeenschapsmerk in oppositieprocedure
In deze zaak staat centraal of het gebruik van een Gemeenschapsmerk in slechts één lidstaat kan worden aangemerkt als normaal gebruik binnen de gehele Europese Gemeenschap in het kader van oppositieprocedures. [Appellante] stelt dat gebruik in één lidstaat volstaat, terwijl [geïntimeerde] betwist dat dit voldoende is en wijst op het belang van gebruik binnen de gehele Gemeenschap.
Het geschil betreft een oppositieprocedure tegen het Benelux-depot van het merk OMEL door de houder van het oudere Gemeenschapswoordmerk ONEL. Het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom wees de oppositie af wegens onvoldoende bewijs van normaal gebruik van het oudere merk binnen de Gemeenschap. Het hof overweegt dat het begrip normaal gebruik een autonoom Europees begrip is, waarbij de territoriale omvang slechts één van de factoren is.
Het hof verwijst uitvoerig naar relevante Europese regelgeving, waaronder het Benelux-verdrag inzake intellectuele eigendom, de Harmonisatierichtlijn, en de Gemeenschapsmerkenverordening, alsmede naar jurisprudentie van het Hof van Justitie over normaal gebruik, territoriale eisen en bekendheid van merken.
Gezien de uiteenlopende standpunten en het belang van een uniforme uitleg, legt het hof prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikel 15 lid 1 van Pro de Gemeenschapsmerkenverordening, de territoriale reikwijdte van normaal gebruik en de criteria die daarbij gelden.
De beslissing houdt verdere behandeling aan en verzoekt partijen zich schriftelijk uit te laten over de gestelde vragen.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over normaal gebruik van een Gemeenschapsmerk.