ECLI:NL:GHSGR:2010:BO6505
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van Ham
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenveroordeling Engelse Bill of Costs in Nederlands hoger beroep
Partijen waren gehuwd in Engeland en hebben daar diverse procedures gevoerd over kinderen en huwelijksvermogensrechtelijke afwikkeling. In een Engelse procedure is bepaald dat de vrouw de proceskosten van de man moet vergoeden. De man trachtte dit Engelse Default Costs Certificate in Nederland ten uitvoer te leggen.
De rechtbank Breda wees het exequaturverzoek af, waarna de man in een andere procedure bij de rechtbank Middelburg de vrouw vorderde te veroordelen tot betaling van de proceskosten conform het Engelse certificaat. De rechtbank wees deze vordering toe, maar de vrouw ging in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat de betekening van de proceskostenstukken niet aan de vereisten van de toen geldende EG-Betekeningsverordening voldeed, omdat de stukken niet aangetekend aan de vrouw zijn gezonden. Hierdoor is geen behoorlijke rechtspleging gewaarborgd en kan niet worden uitgegaan van de juistheid van het Default Costs Certificate. Het hof zal de vordering van de man daarom inhoudelijk beoordelen aan de hand van Engels recht.
Het hof wijst erop dat de vrouw te laat was met het instellen van hoger beroep tegen de oorspronkelijke Engelse uitspraak en dat haar stelling dat de weigering van grensoverschrijdende rechtsbijstand haar verhinderde tot hoger beroep niet opgaat. Ook het argument dat een volledige proceskostenveroordeling in strijd zou zijn met de Nederlandse openbare orde wordt verworpen.
Het hof verwijst de zaak naar de rol voor een akte van de vrouw en houdt verdere beslissing aan. De kosten van het in te schakelen Internationaal Juridisch Instituut worden voorlopig ten laste van de man gebracht.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan voor nadere inlichtingen over Engels proceskostenrecht en verwijst naar de rol voor een akte van de vrouw.