ECLI:NL:GHSGR:2010:BO6587
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Husson
- Kamminga
- Mink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing uitvoerbaarheid bij voorraad in gezagszaak minderjarige
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin het gezamenlijk gezag over de minderjarige werd toegekend aan zowel vader als moeder, met de vaste verblijfplaats van het kind bij de vader. De moeder verzocht tevens om schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van deze beschikking.
De moeder stelde dat de minderjarige feitelijk bij haar verbleef in een tienermoederopvang en dat het vertrouwen tussen haar en de vader was verdwenen, waardoor zij betoogde dat de beschikking misbruik van executiebevoegdheid opleverde. De vader betwistte deze stellingen en gaf aan dat de minderjarige al jaren door hem werd verzorgd en dat schorsing zou leiden tot een onwenselijke situatie.
Het hof overwoog dat bij verzoeken tot schorsing van uitvoerbaarheid bij voorraad de belangen van partijen moeten worden afgewogen, waarbij de kans van slagen van het hoger beroep in principe buiten beschouwing blijft. Gezien de omstandigheden en het ontbreken van voldoende gronden van de moeder, wees het hof het verzoek tot schorsing af.
De behandeling van het hoger beroep zal worden voortgezet op een nader te bepalen datum. Deze beslissing werd uitgesproken door het hof 's-Gravenhage op 24 november 2010.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de beschikking af.