ECLI:NL:GHSGR:2010:BO7135
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mos-Verstraten
- Kamminga
- Linsen-Penning de Vries
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging gesloten jeugdzorg voor minderjarige ondanks positieve ontwikkeling
De minderjarige is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die machtiging verleende voor haar opname in gesloten jeugdzorg tot 3 maart 2011. Zij betoogde dat de machtiging niet in haar belang was, dat de criteria van artikel 29b lid 3 Wet op de Jeugdzorg niet waren voldaan, en dat haar positieve ontwikkeling onvoldoende werd meegewogen. Tevens stelde zij dat de noodzaak tot gesloten plaatsing niet voortvloeide uit de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper.
Tijdens de zitting stelde de minderjarige dat het goed met haar ging, mede door het weekendverlof bij haar tante en haar wens om een MBO-opleiding te starten. Zij verzocht primair om beëindiging van de machtiging per 26 november 2010, subsidiair per de datum van voorlopige voogdij. Jeugdzorg en de raad voor de kinderbescherming voerden aan dat de minderjarige ernstige opgroeiproblemen vertoonde, dat zij baat had bij de gesloten zorg en dat een geleidelijke opbouw van het verlof noodzakelijk was.
Het hof overwoog dat ondanks de positieve ontwikkeling de ernstige gedragsproblemen en de problematische voorgeschiedenis nog steeds aanwezig zijn. De machtiging blijft noodzakelijk om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de zorg onttrekt. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot gesloten jeugdzorg en wijst het hoger beroep af.