ECLI:NL:GHSGR:2010:BP0115
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- O.C.R. Marres
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over waardering woning op waardepeildatum volgens Wet WOZ
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €341.000 door de Inspecteur, en stelde dat de waarde ten hoogste €300.000 bedraagt vanwege slechtere ligging en achterstallig onderhoud. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof oordeelde anders.
In hoger beroep stelde de Inspecteur dat de verlaging van ruim €90.000 ten opzichte van het vergelijkingsobject voldoende rekening houdt met de slechtere ligging en onderhoudstoestand van de woning. Het hof achtte aannemelijk dat deze verlaging het verschil adequaat dekt en dat de Inspecteur zijn waarde aannemelijk had gemaakt.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar, stelde de waarde van de woning vast op €300.000 en gelastte de Inspecteur het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden. Belanghebbende was niet aanwezig bij de mondelinge behandeling.
De zaak betrof een vrijstaande woning gelegen aan een doorgaande weg met trambaan, met een bruto vloeroppervlak van ongeveer 154 m2. Het hof vond dat slechts één vergelijkingsobject bruikbaar was en dat de overige objecten te veel verschilden zonder voldoende toelichting. De verkoopprijs van een ander pand uit 2004 werd niet als maatgevend beschouwd.
De uitspraak werd op 22 december 2010 in het openbaar uitgesproken door het hof te Den Haag.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €300.000 met verlaging van de aanslag en vergoeding van het griffierecht.