ECLI:NL:GHSGR:2010:BP1437
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mos-Verstraten
- Van de Poll
- Van Wijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kinderalimentatie en draagkracht van de vader
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam inzake kinderalimentatie voor hun minderjarige kind. De rechtbank had bepaald dat de vader €145 per maand aan de moeder moest betalen. De moeder verzocht om een verhoging naar minimaal €300 per maand, terwijl de vader stelde dat zijn draagkracht maximaal €200 per maand toeliet.
Het hof beoordeelde de behoefte van de minderjarige op basis van het netto gezinsinkomen ten tijde van de samenleving van de ouders. De moeder stelde dit op €4.000 per maand, de vader betwistte dit en gaf aan dat het gezinsinkomen rond €2.000 lag. Het hof concludeerde dat een reëel netto gezinsinkomen €2.500 per maand bedroeg, wat resulteerde in een behoefte van €455 per maand voor de minderjarige.
De draagkracht van de vader werd vastgesteld op basis van een jaarinkomen van circa €48.426. Na een draagkrachtvergelijking kwam het hof tot een bijdrage van €203 per maand vanaf 1 januari 2010 en €280 per maand vanaf 1 mei 2011, toen de jongmeerderjarige zoon van de vader meerderjarig werd. De moeder had aangevoerd dat de vader een luxueuze levensstijl had en dat zijn woonlasten bovenmatig waren, maar het hof vond deze stellingen onvoldoende onderbouwd.
De ingangsdatum van de alimentatie bleef ongewijzigd op 1 januari 2010. Het hof vernietigde de eerdere beschikking voor zover deze de hoogte van de alimentatie betrof en stelde de nieuwe bedragen vast, waarbij het overige van de beschikking werd bekrachtigd.
Uitkomst: De vader moet vanaf 1 januari 2010 €203 en vanaf 1 mei 2011 €280 per maand kinderalimentatie betalen.