ECLI:NL:GHSGR:2010:BP2574
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van de Poll
- Kamminga
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid moeder in verzoek tot afzien wijziging verblijfplaats minderjarige
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin zij niet-ontvankelijk werd verklaard in haar verzoek om af te zien van de wijziging van de verblijfplaats van haar minderjarige kind. De wijziging betrof een uithuisplaatsing naar Groot Emaus.
De moeder stelde dat zij mondeling bezwaar had gemaakt en vervolgens een schriftelijke beslissing op bezwaar had ontvangen, waardoor zij ontvankelijk zou moeten zijn in haar verzoek bij de kinderrechter. De William Schrikker Stichting (WSS) voerde aan dat het verzoekschrift niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van 14 dagen na de beslissing was ingediend en dat het bezwaar niet schriftelijk was ingediend.
Het hof oordeelde dat het mondelinge bezwaar niet voldeed aan het schriftelijkheidsvereiste zoals voorgeschreven in artikel 1:263 lid 2 sub c BW Pro in samenhang met artikel 4:1 AWB Pro. Hierdoor kon de beslissing van de WSS niet worden aangemerkt als een formele beslissing waartegen beroep openstaat. Daarnaast was het verzoek van de moeder bij de kinderrechter te laat ingediend, namelijk één dag na het verstrijken van de termijn. Daarom werd de moeder niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof verklaart de moeder niet-ontvankelijk en bekrachtigt de beschikking tot wijziging van de verblijfplaats van de minderjarige.