ECLI:NL:GHSGR:2010:BP2880
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Van den Wildenberg
- Van der Kuijl
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek uitvoerbaarverklaring alimentatiebeschikking na echtscheiding
De man is in hoger beroep gekomen tegen beschikkingen van de rechtbank Dordrecht waarin hij verplicht werd alimentatie te betalen aan de vrouw na hun echtscheiding. Tevens verzocht hij om schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van deze beschikking.
De man stelde dat hij onvoldoende draagkracht had vanwege het ontbreken van huurinkomsten uit een woning in het buitenland en dat het voortzetten van de betaling tot onnodige executieprocedures zou leiden. De vrouw betwistte dit en benadrukte haar belang bij onmiddellijke uitvoering vanwege haar afhankelijkheid van de alimentatie.
Het hof overwoog dat de rechtbank de alimentatie had vastgesteld omdat de man onvoldoende bewijs had geleverd van zijn financiële situatie en dat het risico van het ontbreken van bewijs voor zijn rekening kwam. Het hof kon niet vaststellen dat sprake was van een kennelijke misslag of dat de tenuitvoerlegging tot een noodtoestand zou leiden.
Daarom werd het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring afgewezen, waarbij het belang van de vrouw bij directe uitvoering zwaarder woog dan dat van de man. De mondelinge behandeling ging niet door omdat partijen niet verschenen.
Deze beslissing bevestigt het belang van onmiddellijke alimentatie-uitvoering bij afhankelijkheid van de ontvanger en stelt hoge eisen aan het bewijs van draagkracht bij verzoeken tot schorsing.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de alimentatiebeschikking af.