ECLI:NL:GHSGR:2010:BP2884
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Mos-Verstraten
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie en ouderlijk gezag in hoger beroep na mediation
In deze civiele zaak in hoger beroep stond de vaststelling van het ouderlijk gezag en de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van twee minderjarige kinderen centraal. De vader verzocht om gezamenlijk gezag met de moeder, maar dit verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet voor het eerst in hoger beroep kon worden gedaan. De moeder verzocht om een hogere bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding dan door de rechtbank was vastgesteld.
Het hof ging uit van de reeds vastgestelde feiten en oordeelde dat de behoefte van de kinderen €382 per maand per kind bedroeg, waarbij de moeder onvoldoende inzicht gaf in de kosten van kinderopvang en fiscale vergoedingen. De draagkracht van de moeder werd vastgesteld op €419 per maand, rekening houdend met haar inkomen, zorgkosten en schulden. De vader stelde dat zijn inkomen verkeerd was berekend en betoogde dat zijn draagkracht lager was dan de rechtbank had vastgesteld.
Het hof beoordeelde de financiële situatie van de vader aan de hand van kasstromen en jaarrekeningen van zijn onderneming. Gezien de negatieve kasstroom en het negatieve eigen vermogen in 2009 achtte het hof het economisch onverantwoord dat de vader meer geld aan de onderneming zou onttrekken. Daarom werd zijn draagkracht vastgesteld op €21.897 bruto per jaar, wat onvoldoende was voor de eerder vastgestelde bijdrage van €246 per kind per maand. De bijdrage werd daarom vastgesteld op €153,30 per kind per maand vanaf 1 februari 2009.
De overige grieven werden verworpen en de beschikking werd voor het overige in stand gelaten. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzoek tot gezamenlijk gezag niet-ontvankelijk en stelt de kinderalimentatie vast op €153,30 per maand per kind vanaf 1 februari 2009.