ECLI:NL:GHSGR:2010:BP3107
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Raadkamer
- Klein Breteler
- Van Walderveen
- Grootveld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep verzoek vergoeding kosten rechtsbijstand na niet-ontvankelijkverklaring strafzaak
De strafzaak tegen verzoeker werd beëindigd door de officier van justitie vanwege onvoldoende wettig en overtuigend bewijs, waardoor geen verdere vervolging plaatsvond. Verzoeker vroeg vervolgens op grond van artikel 591a Sv vergoeding van kosten rechtsbijstand toe te kennen, zowel voor de strafzaak als voor het verzoekschrift zelf.
De rechtbank wees dit verzoek af omdat de declaraties van de advocaat op naam van de vakbond Abvakabo-FNV stonden en door deze vakbond waren voldaan. Tevens bepaalde de Algemene Voorwaarden van de vakbond dat een eventuele vergoeding aan verzoeker zou moeten worden afgedragen aan de vakbond, waardoor verzoeker zelf geen kosten droeg.
Verzoeker ging in hoger beroep, maar het hof oordeelde dat de overwegingen van de rechtbank juist waren en dat het hoger beroep daarom moest worden afgewezen. De beschikking werd in raadkamer behandeld, waarbij de advocaat van verzoeker en de advocaat-generaal werden gehoord. Het hof bevestigde dat verzoeker geen eigen kosten had gedragen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand wordt afgewezen.