ECLI:NL:GHSGR:2010:BP3146
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- F.A. Engelen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergrijpboeten wegens grove schuld bij onjuiste lijfrentepremieaftrek
Belanghebbende bracht in zijn aangiften inkomstenbelasting voor 2001 en 2002 lijfrentepremies in aftrek die niet volledig waren voldaan. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen en vergrijpboeten op wegens grove schuld. Belanghebbende voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van de onvolledige betaling en verwees naar zijn slechte psychische toestand.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende nalatig was door geen onderzoek te doen naar de daadwerkelijke betaling van premies en matigde de boeten wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep tegen de heffingsrente werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.
Het Hof bevestigde dat belanghebbende grove schuld had omdat hij zich niet had vergewist van de betaling ondanks kennis van fraude door zijn zoon. De boeten van 25% van de nagevorderde belasting zijn passend en geboden. Het beroep tegen de heffingsrente bleef niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. Verdere matiging van de boeten werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffingsrente is niet-ontvankelijk verklaard en de vergrijpboeten van 25% zijn bevestigd wegens grove schuld.