ECLI:NL:GHSGR:2010:BP4313
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Geen recht op alleenstaande-ouderkorting bij niet-ingeschreven kind, geen schending gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende maakte aanspraak op de alleenstaande-ouderkorting en aanvullende alleenstaande-ouderkorting over het jaar 2004, ondanks dat zijn dochter niet op zijn woonadres in de gemeentelijke basisadministratie was ingeschreven. De Inspecteur kende deze kortingen niet toe, waarna belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde tegen de uitspraak van de rechtbank die het bezwaar ongegrond verklaarde.
In hoger beroep bevestigde het Hof de overwegingen van de rechtbank dat de wetgeving vereist dat het kind op het woonadres van de belastingplichtige staat ingeschreven om recht te hebben op de kortingen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de wetgever een redelijke en objectieve rechtvaardiging heeft voor deze regeling. Het Hof verwierp ook het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat belanghebbende zich bewust was van de wettelijke voorwaarden en de Inspecteur slechts in een ander jaar een vergissing had gemaakt.
Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij geen proceskosten werden toegewezen. De uitspraak werd op 21 december 2010 in het openbaar uitgesproken door drie rechters van het Gerechtshof ’s-Gravenhage.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard; belanghebbende heeft geen recht op de alleenstaande-ouderkorting omdat het kind niet op zijn woonadres was ingeschreven.