ECLI:NL:GHSGR:2010:BP4316
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B. van Walderveen
- Th. Groeneveld
- J.J.J. Engel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling handel in (brom)fietsonderdelen als bron van inkomen voor inkomstenbelasting
Belanghebbende had in zijn aangifte inkomstenbelasting 2005 een verlies uit handel in (brom)fietsonderdelen opgegeven en stelde dat deze handel een bron van inkomen vormde. De Inspecteur stelde dit ter discussie en handhaafde de aanslag. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet had aangetoond dat de handel een bron van inkomen was, mede omdat hij geen bewijs leverde van positieve resultaten in latere jaren en de verliezen voortduurden.
In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Het hof overwoog dat de bewijslast bij belanghebbende lag om aannemelijk te maken dat de handel een bron van inkomen was. Ondanks een nadere onderbouwing tijdens de zitting, ontbrak het aan voldoende bewijs, zoals winstcijfers of andere schriftelijke stukken. Betaalbewijzen voor marktkramen waren onvoldoende.
Het hof concludeerde dat de handel in (brom)fietsonderdelen geen bron van inkomen vormde in fiscale zin, en dat het belastbaar inkomen en de aftrekposten terecht waren vastgesteld door de Inspecteur en bevestigd door de rechtbank. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.