ECLI:NL:GHSGR:2010:BP9636
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Mos-Verstraten
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ondertoezichtstelling minderjarige na overlijden vader en beoordeling voortzetting
Deze zaak betreft het hoger beroep tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen na het overlijden van hun vader in 2010. De moeder betwistte de verlenging en voerde aan dat zij zelf hulp had gezocht en dat er een sociaal netwerk aanwezig was.
Het hof oordeelde dat de ondertoezichtstelling van de oudste minderjarige op diens 18e verjaardag van rechtswege eindigde, waardoor het hoger beroep hierover niet ontvankelijk was. Ten aanzien van de jongste minderjarige onderzocht het hof of de wettelijke gronden voor verlenging nog aanwezig waren, zoals ernstige bedreiging van diens belangen bij beëindiging van de maatregel.
Uit de stukken en de zitting bleek dat de jongste minderjarige goed functioneerde, goede schoolresultaten behaalde en een stabiele thuissituatie had. De zorgen van Jeugdzorg waren vooral gericht op de oudste minderjarige. Het hof concludeerde dat de wettelijke gronden voor voortzetting van de ondertoezichtstelling niet meer aanwezig waren en hief deze per direct op.
De bestreden beschikking werd vernietigd voor zover deze de jongste minderjarige betrof, het hoger beroep van de moeder werd verworpen voor de oudste, en het overige werd afgewezen.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de jongste minderjarige is per direct opgeheven, het hoger beroep over de oudste minderjarige is verworpen.