ECLI:NL:GHSGR:2010:BQ7898
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.L.C.C. de Bruijn-Lückers
- R.C.A. Duindam
- J.A.C. Bartels
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot afpersing en zware mishandeling in vereniging
De verdachte werd beschuldigd van poging tot afpersing in vereniging, het bezit van een verboden gasbusje en zware mishandeling van een medeverdachte in de cellengang van het Paleis van Justitie. Het hof oordeelde dat verdachte samen met anderen op 10 mei 2008 een woning binnenging en het slachtoffer bedreigde met geweld om geld af te dwingen. Daarnaast mishandelde verdachte op 20 januari 2009 een medeverdachte met een elleboogstoot, wat resulteerde in een gebroken neus.
De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte niet als medepleger kon worden aangemerkt en dat het letsel niet als zwaar lichamelijk letsel moest worden beschouwd. Ook werden procesrechtelijke bezwaren ingebracht, zoals onjuiste tapverslagen en schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde. Het hof verwierp deze bezwaren grotendeels, maar sloot de inhoud van bepaalde tapgesprekken uit als bewijsmateriaal vanwege onzorgvuldigheden.
Het hof sprak verdachte vrij van een deel van de tenlastelegging wegens onvoldoende bewijs en veroordeelde hem voor de overige feiten. De straf werd gematigd mede vanwege onzorgvuldig politieoptreden en het feit dat verdachte twee weken ten onrechte dacht dat er geen hoger beroep was ingesteld. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan het slachtoffer wegens immateriële en materiële schade.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, voor poging tot afpersing en zware mishandeling.