ECLI:NL:GHSGR:2010:BQ7990
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.L.C.C. de Bruijn-Lückers
- R.C.A. Duindam
- J.A.C. Bartels
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging en voltooide afpersing in vereniging met bewijsuitsluiting tapgesprekken
De verdachte werd beschuldigd van poging tot afpersing en voltooide afpersing in vereniging, gepleegd in april en mei 2008. Het hof stelde vast dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 2] meerdere keren slachtoffers bedreigde en dwong tot betaling van geldbedragen, onder meer door geweld en het tonen van een vuurwapenachtig voorwerp.
Tijdens het proces kwam naar voren dat er onjuiste en tegenstrijdige tapverslagen en processen-verbaal waren opgemaakt, waardoor het hof oordeelde dat deze tapgesprekken niet als bewijs mochten worden gebruikt. Dit vormverzuim werd als onherstelbaar beschouwd, wat leidde tot bewijsuitsluiting ex artikel 359a Sv.
Het hof sprak verdachte vrij van het bezit van een semi-automatisch wapen en munitie, omdat niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld dat hij zich bewust was van het wapen. Voor de afpersingsfeiten achtte het hof de verklaringen van slachtoffers en getuigen, alsmede andere bewijsmiddelen, voldoende betrouwbaar en overtuigend.
De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 17 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Het hof benadrukte de ernst van de feiten, de actieve rol van verdachte, zijn gebrek aan verantwoordelijkheid en het belang van een onvoorwaardelijke straf.
Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij verdachte werd vrijgesproken van het wapenbezit en veroordeeld voor de afpersingsfeiten.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 17 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, vrijspraak van wapenbezit en bewijsuitsluiting van tapgesprekken.