ECLI:NL:GHSGR:2010:BR1573
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.J. Roos
- A.M. Voorwinden
- J.C.P. Ekering
- Rechtspraak.nl
Werkgeversaansprakelijkheid voor vermogensschade door nalaten verzekering na verkeersongeval werknemer
In deze zaak staat de vraag centraal of de aansprakelijkheid van een werkgever voor schade van een werknemer na een verkeersongeval gedekt is onder een aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB-polis). De werknemer liep een dwarslaesie op bij een eenzijdig auto-ongeluk en stelde zijn werkgever aansprakelijk wegens het ontbreken van een adequate verzekering. De werkgever had een AVB-polis afgesloten die alleen dekking bood voor personen- en zaakschade.
De rechtbank stelde de werkgever aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW Pro, maar het hof oordeelde dat deze bepaling niet van toepassing is. Het hof stelde vast dat de werkgever op grond van artikel 7:611 BW Pro (goed werkgeverschap) aansprakelijk is voor de vermogensschade die de werknemer lijdt doordat hij geen verzekeringsuitkering ontving. Deze schade betreft het mislopen van een geldbedrag, niet de letselschade zelf.
De verzekeraar weigerde dekking te verlenen, omdat de AVB-polis geen dekking biedt voor aansprakelijkheid op grond van artikel 7:611 BW Pro. Het hof oordeelde dat de verzekeraar niet onredelijk handelt en dat er geen rechtsverwerking is opgetreden. Ook een beroep op redelijkheid en billijkheid om dekking toe te kennen faalde. De vordering van de werkgever tegen de verzekeraar werd daarom afgewezen.
Het arrest bevestigt dat de aansprakelijkheid van de werkgever in dit soort gevallen ziet op vermogensschade en niet op de letselschade zelf, en dat de verzekeraar niet gehouden is dekking te bieden voor deze aansprakelijkheid onder een standaard AVB-polis.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep van de werkgever af en bevestigt dat de verzekeraar geen dekking hoeft te verlenen onder de AVB-polis voor de aansprakelijkheid op grond van artikel 7:611 BW.