ECLI:NL:GHSGR:2010:BU1284
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mos-Verstraten
- Van Leuven
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep inzake voorlopige zorg- en omgangsregeling tussen ouders en minderjarigen
In deze zaak staat de voorlopige zorg- en omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige kinderen centraal. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Dordrecht waarin een voorlopige zorgregeling voor de oudste minderjarige is vastgesteld en contact tussen de vader en de jongste minderjarige is uitgesloten. De vader heeft incidenteel hoger beroep ingesteld tegen het contactverbod met de jongste minderjarige.
Het hof constateert dat de voorlopige beschikking niet is nageleefd, er is geen omgang geweest zoals bepaald. Dit betekent dat de beschikking geen onherroepelijke gevolgen heeft gehad en dat de belangen van partijen bij behandeling van het hoger beroep ontbreken. Bovendien zal de rechtbank de zaak op korte termijn voortzetten, waardoor toekomstige gevolgen beperkt blijven.
Daarom wijst het hof het hoger beroep van de moeder af wegens gebrek aan belang. Ook het incidentele hoger beroep van de vader wordt afgewezen om dezelfde reden. De kosten van het geding worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van beide ouders af wegens gebrek aan belang bij behandeling.